Bij het boetseren hebben we vandaag het beeld opgebouwd vanaf de grond, ipv weghalen uit een blok. Eigenlijk vond ik het weghalen van vorige week leuker, dat leidt tot spannender resultaten.

Bij het modeltekenen was de opdracht om te proberen te beweging van de pose weer te geven. Dus de grote lijnen en de richting opzoeken. Dat blijkt (voor mij) bij staande poses beduidend gemakkelijker te zijn dan bij een zittend model.
Ik heb ook de neiging om de dame in kwestie te stevig en te gedrongen te tekenen. Want hoewel pose 3 er misschien zo op het oog redelijk uitziet, was het model echt slank en had geen brede heupen. De benen zijn ook te kort, zeker bij pose 1 en 2.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik bij de 4de pose wel wat hulp heb gehad... dat verkorte rechterbeen (door het perspectief) was bijzonder lastig. Tineke heeft me uitgelegd hoe je door het aanbrengen van hulplijnen kunt bepalen waar de hiel van de voet komt. Dat geeft een aanknopingspunt voor de rest van het been. En de tip van de dag (naast de hulplijnen): begin altijd met de onderdelen die niet verkort zijn door het perspectief.
Over de 5e pose kunnen we kort zijn: dat is geen succes. Erg houterig.
Toevallig blader ik vandaag weer eens door dit oude blog, en zie mijn eigen oordeel over de 5e pose (helemaal rechts), en ik denk: ja, houterig, dat klopt, maar daar zit juist ook iets moois in. De verlegenheid in de benen en voeten is aandoenlijk.
BeantwoordenVerwijderenTegenwoordig ben ik in staat om de góede dingen te zien (geleerd op het UCK), maar deze docente destijds was vooral erg kritisch...